De enkele raadgevingen die volgen zouden je moeten toelaten de eerste hulp op een verantwoorde manier toe te passen. Nochtans, hoe eerder het dier de gepaste zorgen kan krijgen, hoe groter zijn kans wordt naar de natuur te kunnen terugkeren. Het dier moet immers gepaste voeding en verzorging krijgen, naargelang de soort en haar behoeften. Daarom onderneem je best zelf niets en breng je het dier in kwestie zo vlug mogelijk over naar een erkend Opvangcentrum voor Vogels en Wilde Dieren. Daar beschikken de verantwoordelijke en zijn dierenarts over de nodige expertise. Je mag altijd eens bellen om uw probleem voor te leggen aan mensen met meer ervaring. 

Indien je het dier zelf niet  kunt brengen en het behoort tot de wilde fauna, dus geen exoot of gedomesticeerde soort kan je het dier ook laten ophalen door het  'Wildlife Taxi Team  03 / 331 97 00. DIt tussen 09 uur en  21 uur. Zij brengen deze dieren gratis vrijwillig over tot bij het dichtstbijzijnde opvangcentrum. Er 10 Vlaamse OpvangCentra.

Bovendien moet je in acht nemen dat eigenlijk alle vogels en  zoogdieren een wettelijke bescherming genieten en dat men ze eigenlijk niet zonder vergunning in bezit mag houden. Contacteer ons daarom zo snel mogelijk. Elk jaar vangen onze opvangcentra ongeveer 30.000 noodlijdende wilde vogels en 5.000 wilde zoogdieren op, waarvan gemiddeld 58% terug in de natuur kan worden vrijgelaten. Aarzel dus niet om een dier binnen te brengen want hier is de nodige kennis en ervaring aanwezig!

Alvorens een vogel in de handen te nemen, doe je er goed aan eerst zijn gedrag gade te slaan. Heeft die vogel werkelijk hulp nodig?

 

  • Zangvogels:  Opgelet voor jonge, ogenschijnlijk hulpeloze vogels die zich in de lente en de zomer op de grond al huppelend voortbewegen! Zij hebben zopas het nest verlaten – enkele dagen voor ze echt kunnen vliegen – en worden door hun ouders verder met voedsel bevoorraad.

Wat betreft jonge donzige roofvogels, die men soms ‘hulpeloos’ aantreft in de lente, kunnen wij je twee raadgevingen meegeven:

  • Nachtroofvogels: Steenuilen, Kerkuilen, Ransuilen (poten bedekt met pluimen tot aan de klauwen, grote ronde ogen naast elkaar vooraan in de kop – zwarte, gele of oranje iris). Hun vroegtijdig verlaten van het ouderlijk nest is normaal. Deze vogels noemt men ‘takkelingen’. De oudervogels zijn misschien niet ver. Trek het even na. Ben je niet zeker of vermoed je dat het dier in nood verkeert? Breng het dan naar een erkend Opvangcentrum voor Vogels en Wilde Dieren. Desnoods kom je het enkel tonen om geen foute beslissing te nemen. 
     
  • Dagroofvogels: Torenvalk, Slechtvalk, Sperwer, Buizerd, Havik (poten niet bedekt met pluimen, vaak geel van kleur, ogen langs weerszijden van de kop, duidelijke haakbek). Indien het nest gemakkelijk bereikbaar is, plaats het jong dan terug bij de andere jongen. Bel ons even op. Verlaat de plaats zo snel mogelijk. In het andere geval raden wij je aan het kuiken zo snel mogelijk over te brengen naar een Opvangcentrum voor Vogels en Wilde Dieren.

 

 

Wat mag je doen en wat niet?

In alle gevallen:

  1. Breng de vogel steeds onder in een kleine kartonnen doos, eventueel voorzien van enkele verluchtingsgaatjes, maar nooit in een vogelkooi. Hij zou zich bijkomend kunnen kwetsen aan de traliën. Het beperkte volume van de doos belet de vogel zich te veel te bewegen en voorkomt bijkomende letsels. Bovendien werkt het karton van de doos isolerend, zowel in de zomer als in de winter.
  2. Plaats de doos in een duister en fris vertrek, in afwachting van zijn overbrenging naar een Opvangcentrum voor Vogels en Wilde Dieren.
  3. Contacteer zo snel mogelijk een opvangcentrum of het nationaal secretariaat van Vogelbescherming Vlaanderen te Sint-Niklaas en probeer de vogel er zelf naar een VOC te brengen a.u.b. Dan zie je nog eens de werking ook. 
  4. Toon de onfortuinlijke vogel niet aan al jouw vrienden, kennissen en buren en neem geen foto’s. Het veelvuldig manipuleren van dit dier veroorzaakt stress en kan zijn dood betekenen (spechten, sperwer).
  5. Geef geen eten aan de vogel. Vochtig brood of gesuikerd water zijn uit den boze. Verplicht de vogel niet te drinken, zeker niet als het om een roofvogel gaat. Roofvogels in de natuur halen hun vocht immers uit hun prooidieren.
  6. Dien nooit zelf geneesmiddelen toe. Sommige medische producten die wel voor de mens of voor huisdieren geschikt zijn, kunnen giftig zijn voor vogels (ontsmettingsmiddelen, antibiotica, …).

 

Bescherm de vogel en jezelf

Bij het vinden van een gekwetste of zieke dagroofvogel, uil of viseter kan je best een deken, een doek of een jas gebruiken om hem te ‘vangen’. Benader het dier zo stil mogelijk en gooi dan heel snel het deken of je jas erover. Bedek zijn kop om hem rustig te houden. Pas vooral op voor zijn klauwen. Ze zijn  bij roofvogels veel gevaarlijker dan de snavel ! 

Wanneer je een Blauwe Reiger vindt, pas dan vooral op voor zijn snavel. Het is een gevaarlijke ‘dolk’ die snel en onverwacht kan uithalen naar uw ogen! Neutraliseer de vogel met een deken, een doek of een jas en neem zijn nek stevig vast, vlak achter de kop. Zet eventueel een veiligheidsbril op om uw ogen te beschermen.

Wanneer de vogel bevuild is met stookolie, zorg je ervoor dat hij met zijn snavel niet bij zijn veren kan. Steek zijn lichaam in een stoffen of jutezak, met de kop naar buiten, of wikkel hem eenvoudigweg in een handdoek. Plaats de vogel in een tochtvrij vertrek.

 

Ook wilde zoogdieren zijn welkom

Onze Opvangcentra voor Vogels en Wilde Dieren (zoals de benaming het ook aangeeft) vangen ook noodlijdende wilde zoogdieren op. Dieren als Egel, Vleermuis, Bunzing, Wild Konijn, Hermelijn, Steenmarter, Vos, Das, Ree, enz. kunnen in onze centra op deskundige hulp rekenen.

Met een gewond of ziek dier naar een opvangcentrum: zeker doen!

Maak het bestaan van de Opvangcentra voor Vogels en Wilde Dieren bekend in uw omgeving. Zo voorkom je dat vele wilde vogels en andere dieren worden verzorgd en bijgehouden door ondeskundige personen. Zij willen de vogel misschien wel een helpende hand bieden, maar beschikken niet over de nodige kennis. Het toedienen van een ongepaste of slechte verzorging kan de dood betekenen van het dier dat je wil helpen. Men kan nooit zo vlug  de juiste oorzaken van een slechte gezondheid inschatten als deze mensen die er dag in dag uit mee bezig zijn.

Wanneer je met een dier naar onze opvangcentra komt, breng dan gerust je kinderen mee. Op die manier kunnen ze kennismaken met de werking van zo’n centrum en met de wilde dieren die er met veel kennis verzorgd worden in afwachting van hun vrijlating in de natuur.

bron: Vogelbescherming Vlaanderen vzw

 

 
 
Deel dit artikel

VOC Merelbeke

Liedermeersweg 14
9820 Merelbeke
Tel 09 230 46 46


Alle dagen open van 8u tot 22u
 

Nieuwsbrief

Schrijf u in op onze nieuwsbrief!